Anita van Soest
voorstelling

Anita van Soest & Ivo Janssen

De flamboyante Alma mag trouwen met Gustav Mahler maar raakt in tweestrijd. Gustav wil dat zij haar eigen ambities als componiste laat rusten. Zij moet hem dienen, zo stelt Gustav. Ze stemt uiteindelijk toe, maar het kost moeite. Aan de vooravond van de première van Gustavs zesde symfonie komt ze voor een definitieve, moeilijke keuze te staan. Wie zal zij volgen? Haar beroemde echtgenoot of degene van wie ze ècht houdt, Alex Zemlinsky?

Echtgenote van zowel Gustav Mahler de componist, de Bauhaus-architect Walter Gropius en de schrijver Franz Werfel had Alma naast haar huwelijken een reeks minnaars waaronder Kokoschka en de in de monoloog voorkomende Alexander Zemlinsky. Wie Alma Mahler zegt zegt ook Wenen, de stad waar zij werd geboren en die rond 1900 een cultureel centrum van de eerste orde was. In dat universum cirkelden mannen als de schilder Gustav Klimt, Sigmund Freud, de psycho-analiticus, de filosoof Ludwig Wittgenstein en componisten als Alban Berg en Arnold Schönberg. Als vrije en sterke vrouw had zij aspiraties om zelf ook te componeren maar dat verlangen werd wreed in de kiem gesmoord door haar huwelijk met de twintig jaar oudere Mahler.

‘Een echtgenote ben ik. Zo eentje die precies weet waar haar man zijn bril heeft laten liggen’ klaagt zij. ‘Doe dit, doe dat…, ik ben een agentschap’ gaat zij verder, en die litanie wordt omlijst met Gustav Mahlers muziek uit zijn Zesde Symfonie. Met recht de ‘Tragische’ genoemd, is dit werk, net als de huiveringwekkende Kindertotenlieder, profetisch. In het eerste deel Allegro energico, ma non troppo, is het dreigende en energieke marcheren van soldaten te horen en de beklemming wordt pas verbroken in het melancholieke Andante moderato. ‘Als hij snel sprak zag ik witte spuugbelletjes in zijn mondhoeken’ vertelt Anita-Alma zittend achter een tafeltje met daarop een fles rode wijn en de partituur van de Zesde. Op de achtergrond zorgt een rekje met vrouwelijke kledingstukken voor een Weense fin-de-siècle sfeer. Die kledingstukken hingen er niet voor niets. Nadat zij haar jurk heeft uitgetrokken vervolgt Anita-Alma haar monoloog in lingerie. ‘Holen Sie das Leben drin wenn Sie nicht draussen können’ en dat was niet tot Gustav gesproken. ‘Alex bespeelde mij met hartstocht’ zegt zij verder, ondersteund door een chromatisch stijgende melodie. Dan volgt de metamorfose tot fatsoenlijke moeder en echtgenote. ‘Het is een vloek een vrouw te zijn’ zegt Anita-Alma, en zij trekt nog een hesje aan.

Alma: “Onbewust moest ik hebben beseft, dat Mahler de meester was. Hij heeft me geroepen en ik ben gekomen, zo eenvoudig is het. Eerst had ik het niet door, ik schreef vlijtig verder aan mijn liederen en maakte mijn contrapuntoefeningen. Het is niet eenvoudig een levensroeping naast je neer te leggen. Verliefd was ik op Zemlynsky, die waardeerde mijn composities en verdiepte zich er in als geen ander. Die raakte in vuur en vlam als ik voor hem speelde.”

Maarten van Roozendaal
Maarten van Roozendaal, De Gemene Deler
Dorine Wiersma
Dorine Wiersma, Goed zo Dorine,…
Menu